Kabels van zonnepanelen weg werken

Onze favoriete manieren om kabels van zonnepanelen weg te werken

Bekabeling is het kloppend hart van uw zonnesysteem. Zoals u kunt lezen in ons artikel over de werking van zonnepanelen, is de bekabeling cruciaal om de opgewekte zonne-energie bij uw elektrische toestellen te krijgen. Om gelijkstroom te ontwikkelen binnen het systeem moeten ze alle panelen verbinden. Om de gelijkstroom uit de panelen te krijgen en klaar voor gebruik moeten ze hem leiden naar de omvormer, die de gelijkstroom omzet in wisselstroom. Van in de omvormer moet de stroom dan nog naar de meterkast kunnen reizen.

De bekabeling van uw zonne-installatie is dus best complex, terwijl u als investeerder niet zit te wachten op een kabelsalade op uw dak. Niet alleen wilt u dat de stroom zo efficiënt mogelijk zijn weg kan gaan, u wilt ook dat het er netjes blijft uitzien. Bij Zongeschikt begrijpen we dat maar al te goed. Daarom wijden we dit artikel aan onze favoriete manieren om de kabels van uw zonnesysteem uit te rollen en weg te werken. We bespreken achtereenvolgens welke kabels er nodig zijn; hoe ze te leggen en beschermen op schuine en platte daken; en hoe de verbinding te maken tussen panelen, omvormer en meterkast.

Kabels voor zonnesystemen: wat zijn ze, wat doen ze?

Kort gezegd is “de” kabel van een zonnesysteem de verbinding tussen zonnepanelen, omvormer en elektriciteitskast. Door de bijzondere omstandigheden waarin zonnepanelen opereren — blootgesteld aan de natuurkrachten — moet zo’n zonnekabel aan hoge eisen voldoen. Hij moet niet alleen bestand zijn tegen weer en wind, maar ook tegen uv-stralen. Daarnaast telt ook de onverschilligheid voor ammoniak, olie en microben. Bovendien moeten zonnekabels blijven opereren bij bliksemontladingen. Daarvoor moeten ze geschikt zijn voor gebruik in zogeheten explosieve ruimten. Bliksemontladingen zijn brandgevaarlijk. Uw zonnesysteem krijgt er zowel direct als indirect mee te maken. Daarom hebben de kabels hier overspanningsbeveiliging nodig.

AC/DC

Niet de rockband, maar de kabels. Voor een zonnesysteem heeft u beide types — AC- en DC-kabels — nodig, tenzij u gebruik maakt van zogenaamde micro-omvormers. Deze omvormers werken niet op het systeem in zijn geheel, maar op elk paneel apart. Ze zetten per zonnepaneel de gegenereerde gelijkstroom om in wisselstroom, zodat uiteindelijk enkel AC-kabels moeten reizen.

Doorgaans werkt u echter wel met DC-bekabeling en AC-bekabeling. DC is de afkorting van Direct Current of gelijkstroom en AC van Alternating Current of wisselstroom. Het eerste type kabel gaat van de zonnepanelen naar de omvormer, het tweede van de omvormer naar de kast.

DC-bekabeling voor schuine daken

 

Bij Zongeschikt plaatsen we zonnepanelen op eender welk dak, zelfs op dakkapellen, carports of andere bijzondere dakconstructies. Elk dak vraagt zo zijn eigen aanpak voor de wegwerking van kabels, maar constructief onderscheiden we 2 types bekabeling voor de zonnepanelen op zich: schuine en platte daken. Zoals hierboven werd uitgelegd is er dan in beide gevallen sprake van DC-bekabeling.

Op schuine daken liggen zonnepanelen op een onderconstructie. Via connectoren verbinden we hier de kabels van de verschillende zonnepanelen met elkaar. Uiteindelijk bijven er 3 kabels over: de rode plus-kabel, de zwarte min-kabel en de getinte aardkabel. Deze aarding verschilt van de reguliere, groengele aarding omdat ze een zachte kern heeft. We koppelen de aardkabel aan de minkabel, terwijl we de plus-kabel apart houden. Plus- en min-kabel worden zo apart naar binnen geleid. Dit gebeurt om een zogenaamde vlamboog te vermijden.

Onderweg worden de kabels beschermd door een pvc-buis met een diameter van 19 mm. Deze buizen bieden onder andere extra bescherming tegen uv-licht. We werken ze weg onder de dakpannen, zodat een nette afwerking gecombineerd wordt met verdere bescherming.

DC-bekabeling voor platte daken

Omdat een plat dak geen bruikbare hellingsgraad heeft, maken wij voor deze DC-bekabeling een kabeldoorvoer in het dak. Deze doorvoer wordt opgehoogd door hem op voetjes te plaatsen. Zo is er geen contact tussen kabels en dakbedekking. In deze context scheiden we de 3 kabels in aparte pvc-buizen, die we dus apart naar binnen leiden. Om de bocht naar de omvormer te maken gebruiken we zogeheten flexbuizen (flexibele buizen, flexibels).

AC-bekabeling van omvormer naar meterkast

Zoals gezegd zet de omvormer de gelijkstroom van de zonne-installatie om in wisselstroom. Deze ingreep houdt de stroom gaande en staat de energiespanning toe om zich aan te passen aan wat specifieke elektrische toestellen nodig hebben. Om uw toestellen te bereiken moet de stroom dan wel van de omvormer naar de meterkast worden geleid.

Zoals we hierboven zagen, worden hiervoor AC-kabels gebruikt. Die kabels zijn immers aangepast aan de wisselstroom die de omvormer creëert. De weg van omvormer naar meterkast kan daarbij op verschillende manieren worden afgelegd, grotendeels afhankelijk van de plaatsing van begin- en eindstation. Met name de plaats van de omvormer heeft een invloed op de efficiëntie van uw zonnesysteem. De beste mogelijke positie zal daarom sterk afhangen van uw specifieke situatie.

In de meeste gevallen blijft de omvormer echter in de buurt van de zonnepanelen en staat de meterkast in de kruipruimte of kelder. De AC-kabel gaat dan eerst via het dak, onder de pannen, naar de dakgoot en de regenpijp. Achter de regenpijp boort de installateur vervolgens een gat, waardoor hij de kabels naar de buitengevel kan trekken. De uv-bestendige kabelbuis wordt zo als het ware afgedekt door de regenpijp, waarvan de ankerpunten ook kunnen dienen voor de bevestiging van de kabelbuis. Langs de regenpijp loopt de AC-bekabeling vervolgens naar de grond. Daar boren we een tweede gat, waardoor de kabels tenslotte naar kelder en meterkast kunnen.